© 2008 2Brothers2Africa


Rit van Nouakchot naar St. Louis, Senegal.
We vertrekken weer vroeg. Ditmaal gaat er een andere gids met ons mee om ons Nouakchot uit te leiden. De auto zwabbert en bonkt niet meer, dus de reparatie is geslaagd.
Eenmaal buiten de stad merken we dat het landschap om ons heen snel aan het veranderen is. Het wordt steeds groener en vriendelijker. De weg is slecht en verraderlijk met veel diepe onopvallende kuilen. Daar rijdt je de wielophanging zo op stuk. Oppassen dus.
Na een paar kilometer stoppen we en de gids leidt ons een smal, slecht gravel/zandpad op.
Dit blijkt een binnendoor route richting Diama, de grensovergang, te zijn.
De weg begint als een vreselijk stoffige gravelpad. Alsof we nog niet genoeg stof
en zand in onze auto hebben verzameld. Wat stuiven zeg, echt ongelooflijk. Sommige
maken er een sport van zo hard mogelijk de heuvels op te rijden en laten de achterop
komende auto’s achter in een gigantische stofwolk. Hier krijgen we algauw genoeg
van en we doen ons beklag over het bakkie aan de veroorzakers.
De rit gaat over heuvels en dalen, het lijkt wel een enorm lange achtbaan. Heel steil de heuvel op en nog steiler weer naar beneden, bijna loodrecht soms. Het uitzicht boven op die heuveltjes is gewoon adembenemend mooi. Je kunt kilometers ver kijken naar de stoet auto’s voor je die samen een lint van stofwolken veroorzaken.
Na een fiks aantal kilometers is het gedaan met het redelijk berijdbare pad. De weg
veranderd in een pad met enorme gaten, diepe sporen en sleuven. We rijden nu over
een soort dijk langs het water. Sommige gaten zijn zo diep, dat we al stapvoets rijdend
met de bodem van de auto over de grond schuren. En ons aanhangertje blijft het ook
maar volhouden
Dit mag geen weg meer heten, meer een karrenspoor. Hier is alle stuurmanskunst nodig
die je maar kan hebben. Dit gaat kilometers zo door. We rijden door een prachtig
natuurlandschap en zien allerlei watervogels o.a. enorme scholen lepelaars en pelikanen.
Na
een flinke tocht van dik 60 km’s stoppen we bij een soort controlepost. Hier moet
er zo als we nu wel gewend zijn weer betaald worden per auto.
De grens met Senegal is nu niet ver meer. Aangekomen aan Mauritaanse zijde begint
het spelletje zoals bij de grens met Marokko-
Over een stalen brug en hup naar de slagboom. En overal moet weer voor betaald
worden. Voor de douane, de brug, de plaatselijke gemeenschap, de verzekering en ook
voor de auto.
Auto’s ouder dan 5 jaar mogen officieel het land niet in. Slechts in
geval van douane begeleiding tot aan de grens met Gambia kon het wel in het verleden.
Maar aangezien ze niet voor elke auto begeleiding mee kunnen sturen, kan dit afgekocht
worden à €70,-
Ook dit was dus weer een kostbare grensovergang.
De tijd wordt gedood met een beetje dollen met de kinderen die binnen de kortste keren om onze auto’s rondzwermen. Het grote gebedel is weer begonnen. We delen wat petjes uit aan enkele “officials” en worden meteen “my friend”genoemd. Sneller kan je geen vrienden maken.
Andre en ik besluiten wat panda beertjes uit te delen aan de kinderen. Nou dat hebben
we geweten! Andre probeert het eerst met de beertjes één voor één uit te delen, maar
ze worden gewoon uit de handen gerukt en het gedrang wordt zo groot dat Gert inmiddels
bijna platgedrukt wordt tegen de auto door een tiental kinderen.
In een helder moment besluit Andre de hele zak met beertjes dan maar naar de kinderen te gooien om ze zelf te verdelen. Nou toen brak de hel los. We werden nu helemaal onder de voet gelopen. Een compleet gekkenhuis werd het. Alles duikelde over elkaar heen, rukte elkaar de beertjes uit de handen. Een enorm lachwekkend gezicht, maar ook wel een beetje zielig, want de kleinsten werden gewoon letterlijk onder de voet gelopen.
De kinderen waren bijna overal blij mee, tot aan lege waterflessen toe.
Alles met elkaar hebben we ruim 4 uur aan de grens gestaan. Dat betekende dus dat
we in het donker naar St. Louis reden en onderweg niets konden bekijken. Ruiken konden
we het des te beter eenmaal in St. Louis aangekomen. We reden op weg naar de camping
door de sloppenwijken en vervolgens langs de visafslag en je wil niet weten welke
stank daar hing en wat voor bende het langs de weg was.
Aangekomen op de camping zijn we eerst maar met de hele groep gaan eten, want we waren zo langzamerhand uitgehongerd. Na het eten was het registreren en een mooie plek voor de tentjes zoeken.
Vissersboten op de rivier Sénégal.